Flauwvallen uitleg

Veranderingen in je lichaam treden vanzelf op als je geprikt wordt, zonder dat de wilskracht hier veel aan kan beïnvloeden. Deze spontane veranderingen worden aangeduid met ''autonome reacties''. 

Autonome reacties verwijzen naar lichamelijke veranderingen waaronder hyperventileren, zweten, bleek zien, hartkloppingen, warm of koud worden, maag-darmverstoringen en tinnitus gevolgd door zwakkere polsslag, flauwvallen, die door de cliënt als negatief en belastend worden ervaren. De fase waarin de bloeddruk daalt zonder dat men al is flauwgevallen, wordt veelal omschreven met de term ‘flauwvalneiging’. 

Veel mensen die flauwvallen bij het zien van bloed of het ondergaan van injecties hoeven absoluut niet fobisch te zijn voor het flauwvallen of de overige autonome reacties.

Dit flauwvallen ten gevolge verlamming van het vaatbed, wordt in de medische literatuur syncope ten gevolge van een vasovagale bloeddrukdaling genoemd. Het verloop van de vasovagale respons is in de meeste gevallen bi-fasisch en begint veelal niet met een bloeddrukdaling, maar juist een kortstondige toename van de bloeddruk.

Grafiek vasovagale respons met symptomatologie hersteltijd


van de Naaldfobici beschouwen de autonome symptomen als gevaarlijk of zeer beangstigend vanwege het ‘alles overnemende’ karakter ervan. Een op de vijf mensen meldt feitelijk te zijn flauwvallen bij naaldbehandelingen en 60 % omschrijft autonome symptomatologie.

Bij mensen met naaldangst die feitelijk flauwvallen, blijkt de wegraking veruit dominant in de angsthiërarchie over de symptomatologie die men vindt bij naaldfobici die niet flauwvallen. Het lijkt dat het wegraken de angst voor het type controle verlies bepaald en een tweedeling binnen de groep naaldangstigen veroorzaakt.

De wegrakers raken gefixeerd op de angst om flauw te vallen. Hier verbindt de paniek zich met het controleverlies in de vorm van de wegraking. Bij de niet-flauwvallers verbindt de paniek zich met de angst voor het controleverlies in de vorm van beven, gillen, dichtklappen, zweten of ander ongewenst gedrag.

Naaldfobici beschouwen de autonome symptomen als gevaarlijk of zeer beangstigend vanwege het ‘alles overnemende’ karakter ervan. Een op de vijf mensen meldt feitelijk te zijn flauwvallen bij naaldbehandelingen en 60 % omschrijft autonome symptomatologie.

Bij mensen met naaldangst die feitelijk flauwvallen, blijkt de wegraking veruit dominant in de angsthiërarchie over de symptomatologie die men vindt bij naaldfobici die niet flauwvallen. Het lijkt dat het wegraken de angst voor het type controle verlies bepaald en een tweedeling binnen de groep naaldangstigen veroorzaakt.

De wegrakers raken gefixeerd op de angst om flauw te vallen. Hier verbindt de paniek zich met het controleverlies in de vorm van de wegraking. Bij de niet-flauwvallers verbindt de paniek zich met de angst voor het controleverlies in de vorm van beven, gillen, dichtklappen, zweten of ander ongewenst gedrag.